Een uitgekiende strategie om te investeren

Beleggen voor de lange termijn

Overzichtsfoto voor de langetermijnbelegger.

Read Ben Graham and Phil Fisher, read annual reports, but don't do equations with Greek letters in them.

Warren Buffett

Het uitgangspunt van een waardebeleggingsstrategie is eenvoudig. Je koopt consequent sterke ondernemingen tegen een voordelige koers met een stevige veiligheidsmarge. Op deze manier streef je er als waardebelegger naar om vermogensgroei op de lange termijn te realiseren. Bij de verwezenlijking van dat doel volg je bij voorkeur een vastomlijnde beleggingsprocedure. Daarbij besteed je veel aandacht aan het businessmodel en de koersmultipliers van aandelen.

Het logische van waardebeleggen

Geïnteresseerden die zich verdiepen in de materie komen er al snel achter dat de beleggingswereld wordt bevolkt door een groot leger van adviseurs, vermogensbeheerders en goeroes die allemaal bepaalde ideeën hebben over het beleggen van geld. Hun motieven zijn daarentegen niet altijd even duidelijk. Sommigen worden betaald om te amuseren of advertentieruimte te verkopen, anderen om financiële producten te slijten. Bijna allemaal hebben zij er op een of andere manier baat bij dat beleggers zoveel mogelijk handelen. Veel ‘actie’ is zodoende het devies. Dit heeft namelijk een hoge entertainmentwaarde en vertaalt zich in hogere omzetten en commissies.

Een uitgedokterde methode

Bijna altijd klinken de geuite beleggingsadviezen verstandig en plausibel op het moment dat deze worden verkondigd. Slechts zeer weinig blijkt echter opgewassen tegen de tand des tijds. De meeste raad is vluchtig van aard en komt een half jaar na dato bij teruglezing ridicuul over. Een uitzondering hierop vormen enkele ideeën en principes die structuur en logica aanbrengen in het beleggingsproces. Deze werden meer dan 85 jaar geleden uiteengezet en hebben hun waarde zodoende ruimschoots bewezen. In de tussentijd werden de beurzen geteisterd door meerdere financiële stormen: de Tweede Wereldoorlog; de Vietnamoorlog; twee oliecrises; dubbelcijferige rente in de vroege jaren tachtig; de internetzeepbel. Te midden van deze schokkende gebeurtenissen hielden deze principes stand en werden zelfs sterker. Veel wordt duidelijk wanneer we de beleggingswereld onder de loep nemen en eens nader inzoomen op het selecte groepje beleggers dat in de loop der jaren structureel succesvol is geweest met beleggen in aandelen.

Onderscheid tussen prijs en waarde

Als men de beleggingsfilosofieën bestudeert van beleggers met goede trackrecords over lange historische perioden, dan vallen al snel enkele gemeenschappelijke kenmerken op. Welhaast zonder uitzondering gaat het om beleggers die zich richten op fundamentele bedrijfseigenschappen. Bijna allemaal houden zij zich bezig met bedrijfsontwikkelingen op de lange termijn. Steevast gaat het om beleggers die onderscheid maken tussen de betaalde prijs en de verkregen waarde: value investors.

In- en uitstappen op het verkeerde moment

Hoewel er ook beleggingsstrategieën zijn die zich met succes richten op het timen van de markt blijkt dat voor de gemiddelde particuliere belegger zeer lastig. Volgens onderzoek van Dalbar Inc. realiseert de gemiddelde fondsbelegger 6% minder rendement dan de markt. De financiële markten worden, zo blijkt, juist overspoeld met geldmiddelen wanneer zij zich op ongekende hoogten bevinden (in het begin van het jaar 2000 bijvoorbeeld), terwijl massale uitstromen weer plaatsvinden als de bodem in zicht komt.

Snapshot van een kluis, staat symbool voor het lage risico van waardebeleggen.

Geen stukjes papier

Voor wie het geheim tracht te destilleren van een goede strategie is het zinvol om de aandacht te richten op ongebruikelijke bundelingen van succes. Vervolgens is het zaak om de gemeenschappelijke kenmerken aan te duiden die tot dit succes hebben geleid. Beleggers die besluiten om ’s werelds beste beleggers te bestuderen komen onherroepelijk de prominent aanwezige namen tegen van Warren Buffett, Joel Greenblatt en Peter Lynch. Deze bijzondere beleggers hebben dan ook ontegenzeggelijk goede trackrecords opgebouwd. Gedurende de periode dat hij zijn Buffett Partnership bestuurde, behaalde Warren Buffett een gemiddeld jaarlijks rendement van 31%. De gemiddelde jaarlijkse stijging bij Berkshire Hathaway in de 54 jaren van Buffetts bewind tussen 1965 en 2019 bedroeg 20,3%. Een andere aanhanger van het waardebeleggen is Joel Greenblatt, professor aan de Columbia University. Hij wist met het kwantitatieve beleggingsmodel dat hij omschreef in The Little Book that Beats the Market tussen 1988 en 2004 een gemiddeld rendement te behalen van 30,8%. Peter Lynch, tot slot, was van 1977 tot en met 1990 beheerder van het Magellan Fund. In die periode bedroeg het gemiddelde rendement van dit fonds niet minder dan 29%. Wanneer men wat dieper graaft in het gedachtegoed van deze beleggers blijkt dat ze een ding gemeen hebben. Zonder uitzondering bekijken zij een aandeel als een gedeeltijk eigendom in een onderneming, niet als een stukje papier.

Waarde vs. groei

Behalve anekdotisch bewijs toont ook wetenschappelijk onderzoek aan dat markten niet altijd efficiënt functioneren en dat men op basis van eenvoudige principes aantrekkelijke rendementen kan behalen. Zo blijkt dat prijs en waarde van elkaar kunnen afwijken en dat bepaalde factoren voorspellende kracht hebben met betrekking tot aandelenrendementen. Professoren Eugene Fama (nota bene de pionier van het efficiëntemarktdenken) en Kenneth French toonden bijvoorbeeld aan dat smallcaps steevast hoger renderen dan largecaps, terwijl men met deze aandelen niet meer risico loopt. Hun onderzoek toonde ook aan dat een beleggingsportefeuille die bestaat uit aandelen die laag zijn gewaardeerd (value stocks/waardeaandelen) structureel beter presteert dan een portefeuille met aandelen die hoog zijn gewaardeerd (growth stocks/groeiaandelen). In een eveneens toonaangevende publicatie uit 1994 demonstreerden de onderzoekers Lakonishok, Shleifer en Vishny dat value-beleggingsstrategieën, hoewel zij beter renderen, niet riskanter zijn dan growth-strategieën. Deze onderzoekers stelden vast dat waardeaandelen een extra rendement bieden van maar liefst 11% ten opzichte van groeiaandelen. Ondanks het verreweg superieure rendement van waardeaandelen blijken echter zowel particuliere als institutionele beleggers een onverbeterlijke voorkeur voor ‘glamour’ te hebben.